Groep 3

Dit is de website van groep 3

Op deze pagina kunt u zien wat wij met lezen, taal en rekenen leren.

Ook kunnen er spelletjes gespeeld worden.

Klik daarvoor de link leesvriendjes  aan. 


Agenda: 

vrijdag 26 april t/m 13 mei: Meivakantie

dinsdag 15 t/m 18 mei: JeugdAvondVierDaagse


  

Thema kern 10: Kijk eens om je heen!

Het thema van kern 10 sluit aan bij wat er in de natuur gebeurt of kan gebeuren. In het ankerverhaal ‘Een schaap in de boom’, wordt Willem geconfronteerd met allerlei natuurverschijnselen. Met de kinderen bespreken we zaken zoals weersomstandigheden, het landschap en de leefomgeving. Ze leren woorden als: de aarde, de beek, bewolkt, de heuvel, het kalf, de motregen, schuilen en de stortbui.


Thema kern 9: Hoe kan dat?

In het ankerverhaal ‘De limonadefontein’ merken Lies en Eus dat het licht van de buitenschoolse opvang niet werkt en even later komt er geen water meer uit de kraan. Hoe kan dat? In deze kern leren de kinderen allerlei zaken over techniek, doen ze zelf proefjes en schrijven daarover ook een verslagje. Ze leren woorden als: het apparaat, de buis, de elektriciteit, de vonk, de storing, de magneet en het gereedschap.

 

Thema kern 8: Wat kan jij?

In het ankerverhaal ‘Een koninklijke maaltijd’ gaan Eef en Tom logeren bij hun oma. Het buurjongetje van oma, Lin, komt ook. Het wordt een groot feest met verkleedpartijen en toneelstukjes. De leerlingen van de maan-aanpak lezen vervolgens een verhaal over hoe oma een taart had willen bakken en de leerlingen van de zon-aanpak maken kennis met de boze buurman van oma. Woorden die aan bod komen, zijn onder andere: je verkleden, logeren, knuffelen, de koffer, rommelen, verlegen, wennen en de slaapkamer, maar ook: het applaus, je adem inhouden, toneelspelen en optreden.

 

Thema kern 7: Spannend!

Het verhaal bij deze kern heet ‘Op safari’. In dit verhaal vertelt papa een spannend verhaal aan de tweeling Diederik en Pieter. Het verhaal gaat over een uitje naar een safaripark dat bijna verkeerd was afgelopen! In het leesboekje dat de leerlingen van de maan-aanpak vervolgens lezen, is er een dief in de dierenwinkel van de oom van Diederik en Pieter. In het leesboekje dat de leerlingen van de zon-aanpak lezen, zorgt een slang voor spannende momenten.

Woorden en uitdrukkingen waaraan we aandacht besteden, zijn onder andere: de angst, het avontuur, dapper, ik schrik me een hoedje, kippenvel krijgen en verstijfd van schrik.

                                

Thema kern 6: Verhalen in je buik

Het verhaal bij deze kern, ‘De alfapet’, gaat over een droom van de opa van kim. Een droom waarin letters woorden worden en zelfs hele verhalen! De kinderen gaan ook zelf verhalen verzinnen en vertellen. Ze leren de betekenis van woorden en uitdrukkingen als: ‘je iets voorstellen’, ‘ongelooflijk’, ‘het thema’ en de ‘werkelijkheid’.

 

Thema kern 5: Mag dat wel?

De hoofdrol in het verhaal van deze kern, ‘Dan ken jij Krisje Kolen niet!’, is voor Krisje Kolen. Krisje Kolen houdt ervan als alles keurig netjes is; er staat zelfs geen grassprietje verkeerd op zijn gazon. Dat probeert hij ook zo te houden met allerlei borden waarop staat wat allemaal niet mag rond zijn huis. Dit verhaal is een aanleiding om te praten over regels. Wat mag wel, wat mag niet, wat gebeurt er als je je niet aan de regels houdt? Woorden als ‘de boef’, ‘de boete’, ‘de regel’ en ‘het uniform’ komen hierbij aan bod.


Thema  Kern 4: Waar woon je?

Het ankerverhaal gaat over Dirk en Dora die in een flat wonen.

Op een nacht, als Dirk en Dora liggen te slapen, gebeurt er iets geks.

Normaal zijn Dirk en Dora niet wakker te krijgen.

Maar die nacht glijden ze zomaar uit hun bed en liggen ze languit op de muur.

Hoe kan dat?


Thema  Kern 3: Hoe voel je je? 

Een thema over ziek zijn en weer beter worden.
Het verhaal begint weer op het Puddingboomplein.
Het gaat over een keizer die steunt, kreunt en klaagt.
Hij laat voor het minste of geringste een dokter komen om hem te onderzoeken of medicijnen voor te schrijven


Thema kern 2: Dag en nacht 

In deze kern vertelt opa het verhaal van Michiel en zijn moeder. De moeder van Michiel wacht ongeduldig op de nacht, die maar niet wil komen. Het thema van deze kern is: ‘Dag en nacht’. Allerhande zaken die te maken hebben met de dag, de nacht en tijd komen aan bod. De woordenschat wordt uitgebreid met begrippen als de datum, eergisteren, de kalender, ondertussen, het weekend, enzovoorts.


Thema kern start: Jij en ik

In kern start maakt uw kind kennis met klasgenootjes, het lokaal, de juf/meester, de regels in de klas enzovoorts. Het thema van de kern is: ‘Jij en ik’. Uw kind maakt via het verhaal bij deze kern ook kennis met opa, zijn kleindochter Kim en haar vriendje Sim. Zij wonen op het Puddingboomplein. Kim heeft in dit verhaal net de ‘i’ geleerd en gaat op het plein op zoek naar deze letter.

 

Thema kern 1: Beestenboel

In de vorige kern leerden we opa, Kim en Sim al kennen. Opa heeft een verzinselspet. Als hij die op heeft, kan hij prachtige verhalen vertellen. Dit keer vertelt hij over Trien en Troela, die in de supermarkt eitjes willen kopen. Maar de supermarkt is gesloten. In hun zoektocht naar een ei komen ze onder andere in de dierentuin en een dierenwinkel en eindigen ze in de kippenren. In het verhaal komen allerlei dieren voor. Het thema is: ‘Beestenboel’. De kinderen leren onder andere de betekenis van verschillende dierennamen (de schildpad, de giraf, het nijlpaard) en van werkwoorden die bij dieren horen (sluipen, krijsen, kronkelen, draven).


Rekenen wereld in getallen

Kinderen in groep 3 leren getallen lezen en schrijven tot 100 en is er veel aandacht voor het tellen van voorwerpen. De kinderen leren verschillende betekenissen van getallen zoals het nummer op de kapstok of het aantal stippen op een dobbelsteen. De kinderen leren ook de structuur van de telrij. Eerst met materiaal en later door te tellen met sprongen van 10, 5, 2 en 1. Dat bouwt zich geleidelijk aan op gedurende het schooljaar.

Het onderdeel bewerkingen bestaat in groep 3 uit optellen en aftrekken maar de kinderen doen in een aantal methodes ook ervaring op met halveren en verdubbelen. In de meeste methodes is het busmodel het centrale model om te leren optellen en aftrekken. Dit gebeurt eerst spelenderwijs en later zien de kinderen de bus terug in hun boek en leren ze ermee sommen maken.

Een vast onderdeel in groep 3 is het splitsen van getallen tot 10, bijvoorbeeld 6 kun je splitsen in 4 en 2 maar ook in 1 en 5. De kinderen leren van alle getallen tot en met 10 de splitsingen.

In groep 3 wordt er nog niet doelgericht aan hoofdrekenen gewerkt. Er wordt wel veel aandacht besteed aan het uit het hoofd leren van + en – sommen onder de 10.


We zijn aangekomen in het tweede deel van de rekenmethode.



In blok 3 gaan we een verjaardag vieren in een pretpark.

De getallenlijn gaan we uitbreiden naar 100.

Alles wat we in blok 2 hebben geleerd, gaan we uitbreiden in blok 3.

Belangrijk is dat we de sommen tot 10 nu snel kunnen maken.

We gaan ook sommen maken tot 20.

We gaan verder met klokkijken, hele en halve uren.


In blok 2 gaan we de getallenlijn uitbreiden naar 60.

We gaan werken met "dubbel sommen" en "bijna dubbel sommen".

3 + 3 en 3 + 4

Ook gaan we verder met het automatiseren van het splitsen en aanvullen van hoeveelheden tot en met 10.

We gaan ons verder bezig houden met begrippen als oppervlakte en omtrek en met geldsommen.


In dit eerste blok van het B-deel gaan we verder met de klassikale getallenlijn.

Er worden allerlei teloefeningen gedaan.

Er wordt ook kennis gemaakt met de begrippen even en oneven.

We gaan verder met automatiseren. De splitsingen tot en met 6 worden herhaald,

de splitsingen 7 en 8 worden opnieuw aangeboden.

Met behulp van pijlentaal maken we erbij en eraf sommen tot 10.

Met geld worden de briefjes van 10 en 5 en de munten van 1 en 2 euro geïntroduceerd




Blok 1  Het thema is: School

In dit blok wordt er geteld tot 20, de cijfers van 1 t/m 10 worden geschreven; hoeveelheden worden aan getallen gekoppeld.


Blok 2 Hier zijn we op verschillende locaties: in de gymzaal, in het zwembad en in de bibliotheek.

In dit blok gaan we verder met de verkenning van de telrij, met optellen en aftrekken t/m 10. Resultatief tellen, het herkennen van hoeveelheden m.b.v. stippenkaartjes.

De dagen van de week komen aan de orde en een plattegrond, wat hebben we eraan en hoe gaan we daarmee om.


Blok 3 De telrij wordt uitgebreid tot 30.

Er worden allerlei teloefeningen gedaan, zoals tellen van 15 tot 30 en weer terug, tellen met sprongen van 2, heen en terug.

Het resultatief tellen gaat een steeds grotere rol spelen. Er wordt gebruik gemaakt van niet geheel zichtbare hoeveelheden, bijvoorbeeld tegelpleinen waarop auto's staan.

Splitsen staat in dit blok ook weer vol in de aandacht

En we gaan kennis maken met het plus- en minteken m.b.v. de bussommen.

Ook wordt in dit blok het vergelijken van lengtes voortgezet en het begrip oppervlakte wordt verkend.


Blok 4 

De telrij wordt uitgebreid tot 40.

We gaan sommen maken tot 10, erbij en eraf m.b.v. van pijlentaal.

We gaan kennis maken met de euro.



R.K. Basisschool De Bijenkorf
Aalberseplein 6
2805 EG Gouda
0182-516675
© 2018
Website en ontwerp door Condept